Mede dankzij Impulsis, WNF INNO
en Rabo Share4more Salland en
alle sympathisanten.



Via Lecciones Amazonicas stellen wij gratis lesmateriaal te beschikking.

De reis van Rurrenabaque naar San Miguel del Bala gaat via Rio Beni .

Een foto van de entree van San Miguel del Bala.

Praktijkles bij San Miguel del Bala.

Praktijkles bij Jaguareté

Praktijkles bij Jaguareté, studenten voor een "Old Grown Tree".

Annelies Andringa (rechts) maakt kennis met de Spinapen "Spider Monkeys" op Jaguareté.

Carlos Espinoza en studenten op het landgoed Jaguareté

Meer foto's van dit project kunt u vinden via:

WAT WE DOEN | Bevording milieubewustwording

Start Natuur- en Milieuonderwijs in het Boliviaanse Amazonegebied blijkt een succes.

Het Natuur- en Milieueducatieproject is het resultaat van een initiatief van de inheemse Tacana organisatie San Miguel in Rurrenabaque in het Boliviaanse Amazonegebied. De Tacana´s vormen een van de grootste inheemse gemeenschappen in het gebied rond Rurrenabaque en langs de rivier de Beni. Deze organisatie is bezorgd over de achteruitgang van natuur en milieu in het leefgebied van de Tacanabevolking en verzocht Amazon Fund om ondersteuning van het initiatief om schoolkinderen in en rond Rurrenabaque praktisch natuur- en milieuonderwijs te geven als een investering in jonge mensen om hen bewust te maken van het belang van natuur- en milieubehoud in hun leefomgeving.


HET PROJECT

Het project omvat twee componenten: een basisschoolcomponent bestaande uit de aanleg en onderhoud van schooltuinen en een component voor middelbare scholen bestaande uit praktisch veldwerk in het tropisch regenwoud onder leiding van inheemse Tacana gidsen. Het veldwerk is gericht op het vergroten van kennis over het regenwoud en de noodzaak er duurzaam mee om te gaan. Onderdeel van beide componenten is de bevordering van milieubewustwording onder de volwassen lokale bevolking en ouders van schoolkinderen.

Het project wordt gefaciliteerd door Amazon Fund en wordt uitgevoerd en gecoördineerd door lokale partnerorganisaties instanties:

  • Alerta Verde, een stichting in Cochabamba (Bolivia), die zich bezig houdt met natuur, milieu en onderwijs aan basisscholen door middel van schooltuinen. Alerta Verde coördineert en ondersteunt de uitvoering van de schooltuincomponent.
  • San Miguel, de inheemse Tacana gemeenschap nabij Rurrenabaque en eigenaar van een ecolodge in het regenwoud aan de rand van het Madidi natuurpark. San Miguel coördineert en ondersteunt de uitvoering van de veldwerkcomponent voor middelbare scholen.
  • De District Onderwijsinspectie en de Gemeente Rurrenabaque zijn betrokken bij de uitvoering van het project. De inspectie faciliteert het programma en de gemeente ondersteunt het project met fondsen en materiaal.

In samenwerking met partnerorganisatie San Miguel is het project geformuleerd in 2011. In januari 2012 werd begonnen met het werven van fondsen. In oktober 2012 waren voldoende fondsen geworven om met de uitvoering van het eerste schooljaar van het project te kunnen beginnen.

Het project werd in eerste instantie uitgevoerd gedurende de schooljaren 2013 en 2014. Het schooljaar in Bolivia loopt van maart tot december. Het project is eind 2014 geëvalueerd door de deelnemende scholen en de partnerorganisaties. Op basis van deze evaluatie wordt momenteel gewerkt aan een programma van nazorg voor het schooljaar 2015.

Deze rapportage betreft de schooljaren 2013 en 2014. Het is tegelijkertijd het eindrapport aan de institutionele donoren en financiers van het project gedurende de periode 2012-2014. Een kort overzicht van de geplande activiteiten van het project in 2015 is eveneens opgenomen in de rapportage.


PROJECT DOELSTELING

Het doel van het project is een bijdrage te leveren aan de bewustwording onder schoolkinderen van het belang van natuur en milieubehoud in de Rurrenabaque regio in het Boliviaanse Amazonegebied.

Doelstelling op niveau van output:

  • Er is lesmateriaal ontwikkeld voor praktisch natuur en milieuonderwijs op basis- en middelbare scholen in de regio Rurrenabaque in het Amazonegebied van Bolivia.
  • De deelnemende basisscholen hebben biologische schooltuinen opgezet en gebruiken o.a. zelf gemaakte biologische bestrijdingsmiddelen en compost uit organisch GFT afval.
  • Tenminste 200-300 basisschoolkinderen hebben aan de activiteiten van het schooltuin programma deelgenomen.
  • De deelnemende basisschoolkinderen hebben een goed begrip gekregen van het biologisch kweken van groenten en het verwerken en gebruik van GFT afval in de vorm van compost.
  • Tenminste 100-120 scholieren van middelbare scholen hebben deelgenomen aan veldwerkpractica in het tropisch regenwoud, inclusief de voorbereidende lessen op school.
  • De deelnemende scholieren hebben kennis opgedaan over het belang van de bescherming van natuur en milieu van het Amazonegebied.
  • De scholieren hebben werkstukken gemaakt over het tropisch regenwoud, zoals over de ecologie van het regenwoud en nuttige en medicinale planten die er in voorkomen.
  • Tenminste 20 docenten van de basis- en middelbare scholen hebben actief deelgenomen aan de activiteiten en hebben kennis van schooltuinen en praktisch natuur- en milieuveldwerk.
  • Er zijn activiteiten ontplooid die de bewustwording versterken over de noodzaak van het beschermen van natuur en milieu van het Amazone gebied (awareness).

Doelstellingen op niveau van outcome:

  • Er is een basis ontwikkeld voor praktisch natuur- en milieu onderwijs op basis van schooltuinen voor de basisscholen en praktisch veldwerk voor de middelbare scholen.
  • Er is een vervolgtraject ontwikkeld voor het bevorderen van duurzame continuïteit van het programma en de inbedding er van in het reguliere schoolcurriculum.
  • Scholen in en rond Rurrenabaque hebben de intentie door te gaan met de schooltuin en veldwerkprogramma´s.
  • 20% van de deelnemende basisschoolleerlingen hebben met hun ouders thuis een moestuin opgezet en/of fruitbomen geplant en doen aan afval recycling, inclusief compost bereiding.
  • 20% van de deelnemende middelbare scholieren brengen hun opgedane kennis in de praktijk, het zij thuis, op school of in hun buurt/gemeenschap.
  • Het bewustzijn van de lokale bevolking over het belang van de bescherming van het tropisch regenwoud en het milieu is toegenomen.

Overige afspraken:

  • Amazon Fund werkt in Nederland aan de vergroting van draagvlak voor de bescherming van natuur en milieu in het Amazonegebied.
  • Amazon Fund werft voor het project een bedrag € 21.000 uit particuliere en institutionele middelen in Nederland en verantwoordt de ontvangen bedragen en hun herkomst.


PROJECT VOORBEREIDING

In 2012 vond een voorbereidingsmissie plaats naar Bolivia. In Rurrenabaque, La Paz en Cochabamba werd overlegd met de partnerorganisaties over de inhoud en uitvoering van de verschillende componenten, de administratieve en financiële aspecten, de coördinatie en andere onderwerpen belangrijk voor de uitvoering. Ook werd overlegd met de scholen die zich reeds hadden aangemeld om mee te doen aan het project. Hun deelname werd vastgelegd in een intentieverklaring. De onderwijsinspectie stemde schriftelijk in met het programma en zegde, samen met de gemeente, financiële en andere bijdragen toe.

In december 2012 gaf het bestuur van Amazon Fund groen licht voor de start van het project. Op basis van het projectdocument werden de partnerorganisaties verzocht een uitvoeringsplan op te stellen met details over de uitvoering. Op advies van de begeleidingsgroep, aangesteld voor de inhoudelijke begeleiding van het project, werden de plannen op enkele punten aangevuld. Na goedkeuring werden overeenkomsten opgesteld met beide partnerorganisaties en in april 2013 ging de uitvoering van het project van start. In Bolivia loopt het schooljaar van maart tot december, maar in het Amazonegebied is praktisch onderwijs buiten gewoonlijk alleen goed mogelijk gedurende de droge tijd van eind april tot eind oktober.

Lessons Learned:

  • De partnerorganisaties hadden weinig ervaring met het ontwikkelen van projectvoorstellen en de organisatie die daarbij komt kijken. Een missie naar Bolivia bleek nodig om de partners te adviseren en assisteren.
  • De communicatie met de partners en lokale instanties bleek niet altijd optimaal, met name vanwege de slechte communicatie verbindingen (internet, telefoon en skype); communicatie vereist een extra inspanning.
  • Om administratieve redenen konden de toegezegde bijdragen van de gemeente en de onderwijsinspectie niet altijd gerealiseerd worden. Bijdragen dienen te zijn opgenomen in de schoolbegrotingen die in het voorafgaande schooljaar worden vastgesteld.

SCHOOLTUINEN VOOR BASISSCHOLEN

Afwijking van het oorspronkelijk plan
Het oorspronkelijk plan kon vrijwel onveranderd worden uitgevoerd. Dit is vooral te danken aan de ervaring met het opzetten van schooltuinen door de partnerorganisatie Alerta Verde, ondanks dat deze organisatie geen ervaring had met het werken in de tropen en niet bekend was met de specifieke socio-culturele omstandigheden en eigenaardigheden in het Amazone gebied. Dit kon worden opgevangen door de uitwisseling van kennis en ervaring beschikbaar bij Amazon Fund.

Uitgevoerde activiteiten en resultaten
In het schooljaar 2013 werden door Alerta Verde vijf missies van een week uitgevoerd naar Rurrenabaque, inclusief een voorbereidingsmissie. In 2014 werden vier dergelijke missies uitgevoerd. De missies werden uitgevoerd door vijf specialisten van Alerta Verde.

Aanleg en onderhoud van schooltuinen:
Vier basisscholen namen deel aan het programma in 2013 en 2014: drie urbane basisscholen in Rurrenabaque en een rurale school in San Miguel del Bala. In totaal deden 420 basisschoolleerlingen in de leeftijdsgroepen 8–12 jaar uit de 4e, 5e en 6e klas van 21 schoolklassen actief mee met de aanleg en onderhoud van hun schooltuin. 130 leerlingen namen deel aan het programma in beide jaren. De deelnemende scholen ontvingen een basis gereedschapset, materiaal en zaaizaad. Door langdurige regens en overstromingen raakten de schooltuinen meer of minder ernstig beschadigd en in 2014 werden de schooltuinen opnieuw ingericht en sommige verplaatst naar hoger terrein.

Staf van Alerta Verde begeleidde de docenten en leerlingen bij de aanleg en het onderhoud van de schooltuinen. Naast algemene vaardigheden werd tijdens iedere missie aandacht besteed aan een specifiek onderwerp zoals grondbewerking, het maken van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen en het maken en gebruik van compost met huishoudelijk GFT afval. De recycling van huishoudelijk en stedelijk organisch afval kreeg in het tweede jaar extra aandacht.

Tijdens het werk in de tuinen leerden leerlingen en onderwijzend personeel over duurzaam organisch en biologisch tuinieren en het telen van groenten en kruiden voor eigen consumptie ter verbetering van het dieet. Leerlingen zijn daarbij zelf verantwoordelijk voor het zaaien, wieden en oogsten van de gewassen. Het wroeten in de grond, het zaaien, voelen en ruiken wat er groeit zijn directe manieren voor jonge kinderen om kennis te maken met biologie en de natuur in de praktijk. De geoogste groenten werden verwerkt in (school)maaltijden. Een deel van de oogst (zaad) werd bewaard voor het volgende schooljaar.

Training van docenten:
Staf van Alerta Verde hielden training-workshops voor het onderwijzend personeel en op iedere deelnemende school werden ook met leerlingen workshops gehouden, sommigen gedurende een volle schooldag. In 2013 werden 10 verschillende banners en 12 brochures en sheets gemaakt over het aanleggen en onderhoud van schooltuinen, compostering van organisch huishoudelijk afval, het maken en gebruik van milieuvriendeijke bestrijdingsmiddelen en aanverwante onderwerpen. In het schoojaar 2014 werd het lesmateriaal verbeterd en samengebracht in een handleiding (manual) voor docenten. In totaal ontvingen 46 scholen les- en instructiemateriaal. Dit materiaal staat op de website van het project: www.leccionesamazonicas.org.

Resultaten:
De resultaten overtroffen de verwachtingen. Er werd uitgegaan van een bereik van 200-300 leerlingen en 20 leraren gedurende de twee schooljaren, maar dit aantal werd reeds in het eerste jaar bereikt. In totaal namen 420 leerlingen deel aan het schooltuinprogramma en 88 leraren namen deel aan theoretische en praktische training-workshops, die in het tweede jaar werden herhaald (refresher-workshops) en uitgebreid. In 2014 werden bovendien training-workshops georganiseerd met docenten van een 30-tal rurale scholen in de omgeving van Rurrenabaque waaraan 75 docenten deelnamen. Ouders van 80 families namen deel aan enkele workshops met leerlingen en ouders. Het enthousiasme waarmee scholen en leerlingen zich stortten op de schooltuinen en de geoogste producten gebruiken in (school)maaltijden bleek aanstekelijk. Enkele scholen zagen mogelijkheden om een deel van de productie te vermarkten.

Consolidatie:
Het programma in het schooljaar 2014 stond in het teken van consolidatie, gevolgd door overdracht. Het aantal deelnemende scholen werd in 2014 niet uitgebreid, maar met de ervaringen opgedaan tijdens het eerste schooljaar werden enkele onderdelen van het programma verder ontwikkeld. Ook in 2014 werden docenten van andere scholen betrokken bij de trainingsactiviteiten, zodat ook zij in de komende jaren met schooltuinen kunnen beginnen. Om dezelfde reden werd de training uitgebreid met training-workshops met docenten van meer dan 30 rurale scholen in de wijde omgeving van Rurrenabaque.

Evaluatie en effecten van de bereikte resultaten in 2013 - 2014

Aan het eind van ieder schooljaar werd het schooltuinprogramma geëvalueerd door de deelnemende scholen, de onderwijsinspectie en de gemeente. De veelal schriftelijke evaluatieresultaten zijn beschikbaar en kunnen alsvolgt worden samengevat:

  • Het programma is goed opgepakt door de scholen, de gemeente en na een aanvankelijke aarzeling, ook door de schoolinspectie. Men is enthousiast en het nut van schooltuinen als een praktische vorm van natuuronderwijs aan basisschool kinderen wordt onderkend. Ook wordt ingezien dat schooltuinen kunnen helpen bij het verbeteren van de voeding van schoolkinderen en hun families. Het enthousiasme draagt bij aan de continuïteit van het programma en de intentie van de scholen om door te gaan is groot.
  • De scholen en docenten waarderen het innovatieve karakter van het programma en de kwaliteit van het ontworpen lesmateriaal, de workshops, het theoretische en praktische werk, de trainingen en het instructiemateriaal.
  • Ook het productieaspect van het telen van groenten in schooltuinen werd positief ontvangen. Ondanks dat in het Amazonegebied traditioneel weinig groenten wordt gegeten, vonden de geoogste producten aftrek in schoolmaaltijden. Sommige scholen verkochten de overproductie. In de ecolodge van San Miguel werden de groenten verwerkt in maaltijden voor toeristen en personeel. Sommige ouders begonnen met hun kinderen een groentetuin op hun erf.
  • In het buitengebied (rurale scholen) blijken schooltuinen direct aan te sluiten bij het dagelijkse leven van de bevolking. Enkele rurale scholen hebben al een vorm van schooltuinen en omdat er rond deze scholen veel ruimte is zouden deze tuinen kunnen uitgroeien tot “schoolfarms”, aan te leggen en te onderhouden samen met de lokale gemeenschap. Schoolfarms passen goed in het concept van socio-productieve activiteiten van de nieuwe onderwijswet.
  • Alerta Verde in een belangrijke partner gebleken voor de uitvoering van het programma met input van ervaren boliviaanse technici die zich bovendien snel hebben weten aan te passen aan de lokale omstandigheden.

Conclusies en Lessons Learned

  • Er is een goede basis gelegd voor praktisch natuur- en milieuonderwijs op basisscholen in Rurrenabaque, dat bovendien bijdraagt aan een gezonde levenstandaard van schoolkinderen en hun families. De nieuwe onderwijswet die het belang van praktisch onderwijs benadrukt is een belangrijke factor voor continuiteit. Maar voor de inbedding van schooltuinen in het reguliere curriculum blijft de eerstkomende jaren ondersteuning nodig, met name de verdere training en bewustwording van het onderwijzend personeel. Een vervolgtraject wordt ontwikkeld.
  • De kracht van een schooltuinprogramma ligt in de combinatie van theoretische lessen in de klas en het praktische werk buiten in de tuin. De beste resultaten werden bereikt met scholieren van de 4e, 5e en 6e klassen.
  • De effecten van schooltuinen op gezonde voeding kunnen aanzienlijk zijn en het voedingsaspect helpt bij de bewustwording, belangstelling en enthousiasme voor schooltuinen. Op rurale scholen met meer ruimte kunnen schooltuinen zelfs uitgroeien tot schoolfarms, in samenwerking met ouders en de dorpsgemeenschap.
  • Het succes van een schooltuinprogramma hangt in belangrijke mate af van de belangstelling en het enthousiasme van de docenten en de schoolleiding. Helaas hebben niet alle scholen personeel dat geinteresseerd is, en de introductie van een schooltuinprogramma op deze scholen is moeilijk. De nieuwe schoolwet zal helpen bij het ontwikkelen van meer belangstelling. Het is verstandig in eerste instantie te werken met scholen die geinteresseerd zijn en enthousiasme tonen. In het geval van Rurrenabaque gaat het op dit moment om ongeveer eenderde van alle basisscholen.
  • Het is belangrijk ook ouders te betrekken bij de schooltuinen, maar in de praktijk bleek dit lastig. Ouders maken lange dagen om de eindjes aan elkaar te knopen en de doelstelling dat 20% van de ouders met hun kinderen thuis erftuinen aanleggen bleek te hoog gegrepen en is niet realistisch.
  • Duurzaam organisch tuinieren in de tropen is niet mogelijk zonder de toepassing van organische compost. De urbane bevolking in het Amazonegebied is echter onbekend met compostering van huishoudelijk en ander organisch afval. Het thema dient permanent aandacht te krijgen.
  • De bestrijding van ziekten en plagen is een probleem in organisch tuinieren. Het lokaal maken en gebruiken van milieuvriendelijke en biologische bestrijdingsmiddelen bleek effectief.
  • De steun van de gemeente en de onderwijsinspectie blijft belangrijk, zowel financieël en in de vorm van materialen. Bijdragen moeten worden aangevraagd in het voorafgaande schooljaar.
  • Oorspronkelijk werd ook gedacht aan het planten van fruitbomen in de schooltuinen, maar in alle gevallen bleek de ruimte daarvoor te klein. Het kan in het algemeen wel bij de rurale scholen.

COMPONENT VELDWERK - MIDDELBARE SCHOLEN

Ir. Annelies Andringa en Ir. Dolf Andringa, twee ervaren biologen gespecialiseerd in het ontwerpen en begeleiden van praktisch natuuronderwijs in het veld, zoals dat in Nederland wordt ontwikkeld en uitgevoerd door de Stichting Veldwerk Nederland hebben in het schooljaar 2013 en 2014 als deskundige-vrijwilliger in Rurrenabaque geholpen bij de ontwikkeling van veldpractica, les- en instructiemateriaal en verzorgden de training van docenten en inheemse natuurgidsen.

Het veldwerk in het regenwoud was oorspronkelijk gepland op de ecolodge van partnerorganisatie San Miguel, gelegen aan de Beni Rivier op 45 minuten varen (motorkano´s) van Rurrenabaque. Alhoewel ideaal gelegen bij de ingang van het Madidi National park, zijn de transportkosten naar deze locatie relatief hoog en het transport over de rivier niet zonder gevaar. Daarom werd in het tweede jaar gezocht naar alternatieve locaties, dichterbij en bereikbaar over land. Uiteindelijk werd gekozen voor de eco-reserve Refugio Jaguareté op 12-15 autominuten van Rurrenabaque.

Uitgevoerde activiteiten en resultaten

Veldwerk activiteiten:
In 2013 namen drie (3) middelbare scholen in Rurrenabaque en de rurale school in San Miguel del Bala deel aan het veldwerkprogramma met in totaal 63 scholieren, 6 leraren en 6 ouders. Op de scholen werden met klassikaal onderwijs nog eens 80 leerlingen en 8 leraren extra bereikt. In 2014 namen zes (6) scholen deel aan het programma met 285 leerlingen van de 4e, 5e en 6e klassen van de deelnemende middelbare scholen. In totaal werden door het programma 425 studenten bereikt, viermaal het geplande aantal, ondanks de late start in 2013 en de nasleep van overstromingen gedurende de 2013/2014 regentijd, waardoor ook in 2014 het veldwerk pas later kon starten.

Voor iedere deelnemende school werden twee veldpractica ontworpen en uitgetest: een practicum “nuttige planten” (medicinale, eetbare en andere nuttige planten in het regenwoud) en een practicum “ecologie van het regenwoud”. De veldpractica duurden een volle dag. In de ochtend gingen studenten met inheemse gidsen het regenwoud in en leerden nuttige planten te herkennen of leerden over de ecologie van het regenwoud. Na de lunch werkten studenten in groepjes van 3-4 aan een door hen gekozen onderwerp zoals het determineren van specifieke planten en bomen, het verzamelen en herkennen van eetbare en/of medicinale planten of een onderzoek naar de (bodem)flora en fauna. De studenten werkten het door hen geselecteerd onderwerp uit op posters of panelen en hielden voor de groep een korte presentatie. Annelies en Dolf Andringa bespraken na iedere veldwerkdag de resultaten met de leerlingen, docenten en gidsen, resulterend in suggesties voor volgende practica. Voorafgaand aan het veldwerk kregen studenten een dag les op school over de functies van het regenwoud, waardevolle bosproducten en de noodzaak het bos te behouden. Ook andere thema´s kwamen ter sprake zoals duurzame vormen van bosbeheer, environmental services van het regenwoud en klimaatverandering als resultaat van ontbossing.

De nieuwe onderwijswet bepaalt dat scholen vanaf 2014 een sociaalproductief schoolproject moeten ontwikkelen en uitvoeren en in Rurrenabaque koos de onderwijsinspectie voor ecotoerisme en milieu als thema´s. Enkele scholen kozen de recycling en hergebruik van (zwerf)afval als thema voor hun schoolproject en voor het opzetten van een (zwerf)afval project ontvingen drie (3) scholen assistentie van Dolf Andringa. Voor details zie onder “nieuwe activiteiten”.

Annelies en Dolf assisteerden de scholen ook met de ontwikkeling van projecten van vergroening van schoolpleinen, de aanleg van een toeristisch pad en de aanleg van een ecologische zone langs de rivier. In totaal ontvingen vijf (5) scholen assistentie over de opzet en uitvoering van socio-productieve schoolprojecten, die in veel gevallen aansluiten bij de veldpractica.

Training van docenten en gidsen:
In beide schooljaren werden in totaal 30 docenten biologie en andere leraren getraind door middel van participatieve trainingworkshops. Daarnaast werden zes (6) inheemse Tacana gidsen van San Miguel getraind in technieken van overdracht van kennis aan leerlingen van het middelbaar onderwijs. Er zijn trainingsmodules ontworpen voor docenten en gidsen. Het ontworpen training en lesmateriaal werd geplaatst op de website van het project: www.leccionesamazonicas.org

Nieuwe activiteiten (2014):

  • (Zwerf)afval: Op verzoek van de deelnemende scholen, ouders en leraren en mogelijk gemaakt door een extra bijdrage van Impulsis, heeft het project in 2014 ook aandacht besteed aan het thema (zwerf)afval. Zwerfafval veroorzaakt een toenemend milieuprobleem in de Amazonesteden en is een bron van ziekten. In het kader van de nieuwe onderwijswet kozen enkele scholen de recycling en hergebruik van (zwerf)afval als onderwerp voor hun schoolproject. Door ook de buurt, de gemeenschap en de gemeente bij het project te betrekken wordt bovendien draagvlak en bewustwording gecreëerd voor het verzamelen en verwerken van zwerfafval onder een breder publiek. Daarnaast werd over het thema een lesmodule ontworpen. Door de onbekendheid van het personeel deze projecten te ontwikkelen, kwamen deze projecten pas langzaam op gang en zullen pas het volgende jaar goed op gang komen.
  • Alternatieve lesmethoden: Veel docenten hanteren erg traditionele vormen van lesgeven en veel extra aandacht werd besteed aan training van docenten over interactieve werkvormen, voor alle leraren iets nieuws. Een aantal werkvormen werden uitgetest op de deelnemende scholen en een handleiding werd samengesteld met 20 verschillende werkvormen die goed toepasbaar zijn, rekening houdend met de lokale cultuur en setting. Een aantal docenten begon de nieuwe werkvormen al toe te passen, anderen willen het volgend jaar ook gaan doen. De werkvormen zijn op de lecciones amazonicas website van het project geplaatst.
  • Curriculum van natuur- en milieuonderwerpen: Het plan was om een overzicht samen te stellen van natuur- en milieuonderwerpen die geschikt zijn om in de verschillende schooljaren aan de orde te komen. Door het overvolle programma is daar in 2014 niet meer aan toegekomen en het thema staat nu op het programmavoorstel voor 2015.

Evaluatie en effecten van de bereikte resultaten in 2013-2014

Aan het eind van elk schooljaar werd het veldwerkprogramma geëvalueerd door de studenten, scholen en de onderwijsinspectie. De evaluatieresultaten kunnen alsvolgt worden samengevat:

  • Het veldwerk is goed ontvangen; het wordt door docenten en studenten gezien als uitdagend, vernieuwend, met meerwaarde en impact. Ook de voorbereidende lessen op school met relevante onderwerpen over de ecologie en de functies van het regenwoud werden positief gewaardeerd.
  • Het praktisch werken met leerlingen in het regenwoud is nieuw. Er zijn wel voorbeelden bekend van leerlingen die op excursie gaan in het oerwoud, maar excursies gecombineerd met voorbereidende lessen op school en het zelfstandig werken in het regenwoud is onbekend en juist dit wordt door de scholen en de onderwijsinspectie als sterk innovatief aangemerkt.
  • Rurrenabaque wordt omgeven door veel regenwoud, maar de meeste studenten waren nog niet eerder in het regenwoud geweest en velen vonden de ervaring een eye-opener. Verschillende studenten denken aan een vervolgopleiding in biologie, natuur en milieu of ecotoerisme.
  • Het doen van zelfstandig onderzoek en veldwerk in het regenwoud bleek voor studenten van de 4e klassen veelal te hoog gegrepen en het is meer geschikt voor oudere studenten. Ook docenten kunnen vaak niet goed omgaan met zelfstandig studentenwerk en hoe dat te begeleiden en vroegen om uitgewerkte voorbeelden. Meer training is nodig.
  • De scholen, leerlingen en de inheemse Tacana organisatie zijn enthousiast en willen verder. Ook de onderwijsinspectie en de gemeente zijn positief over het nut van het programma en zijn bereid veldwerk ook in de toekomst te ondersteunen. Verschillende studenten gaven na het veldpracticum aan te denken aan een vervolgopleiding in biologie, natuur of milieukunde of te willen werken in ecotoerisme.
  • Verdere training en instructie van docenten en gidsen is noodzakelijk is, met name over de manier van lesgeven (werkvormen). Veelal beperkt het onderwijs zich tot de docent die dicteert/vertelt en de leerling die noteert in een schriftje. Docenten wilden dit ook zo doen tijdens de veldpractica. In het tweede jaar is in de trainingworkshops extra aandacht besteed aan interactieve werkvormen. Een aantal geschikte werkvormen zijn geplaatst op de website.
  • Inheemse gidsen hebben ook moeite met interactieve vormen van kennisoverdracht. Hun verhaal is nogal eens gericht op volwassen (buitenlandse) toeristen en niet toegesneden op schoolleerlingen. Vaak vallen zij terug op een standaard praatje dat weinig inspireert. Dit is jammer want er zit veel meer in en verdere training is wenselijk.
  • Voor het les- en instructiemateriaal is een website ontwikkeld: www.leccionesamazonicas.org. Dit blijkt effectiever dan het maken van gedrukt materiaal dat vaak verdwijnt. Veel scholen hebben computers, maar geen toegang tot internet. Wel hebben de meeste docenten een laptop en voor de voorbereiding van de lessen bekijken zij de website thuis of gaan naar een internetcafé in de stad. De site moet nog verder worden ontwikkeld.
  • Het plan was het veldwerkprogramma in het tweede jaar te consolideren en over te dragen. Dit is prematuur gebleken. Door de problemen met de locatie en de overstromingen tijdens de regentijd kon pas later worden begonnen en nam veel extra tijd. Praktisch veldwerk op scholen is bovendien nieuw, waarover in het Amazonegebied geen ervaring bestaat. Veel meer tijd moest daarom worden besteed aan “trial en error” en ook was meer tijd nodig om te komen tot een juiste formaat en methodologie van het veldwerk, inclusief lesmateriaal en docententraining.

Conclusies en Lessons Learned

  • Met de activiteiten gedurende de eerste twee schooljaren is een eerste basis gelegd voor veldwerk als praktisch natuur- en milieuonderwijs op middelbare scholen in het Amazonegebied. Het is innoverend en heeft een directe impact op het gedrag van veel studenten. De scholen willen er mee door gaan en de nieuwe onderwijswet die praktisch onderwijs stimuleert is daarvoor een belangrijke factor.
  • Het is wenselijk gebleken alleen met die studenten veldpractica te houden die werkelijk interesse tonen. Het effect op deze studenten is het grootst. Niet geïnteresseerde studenten blijken nog al eens een “stoorzender” te zijn.
  • Door met inheemse gidsen te werken wordt een beter begrip gekweekt onder de stadsbevolking voor het leven en werken van de inheemse bevolking.
  • Om het veldwerk meer zichtbaar te maken is geopperd om jaarlijks een natuur en milieu markt (“feria”) te houden in Rurrenabaque waar studenten en scholen hun werkstukken laten zien en toelichten. Dit zou georganiseerd kunnen worden samen met de gemeente en andere natuur en milieuorganisaties werkzaam in de regio. De beste werkstukken en presentaties zouden kunnen worden beloond met een prijs of een certificaat.
  • Het werken in het tropisch regenwoud is niet zonder risico, met name voor leerlingen en docenten die onbekend zijn met het regenwoud. Het risico van ongelukken en aansprakelijkheid tijdens het veldwerk in het regenwoud (met name insecten- en slangenbeten) kan in Bolivia niet worden verzekerd. Maar met schriftelijke toestemming van de onderwijsinspectie, met vermelding van de namen van de deelnemende studenten en docenten, valt veldwerk onder de reguliere aansprakelijkheidsverzekering van de scholen. Studenten en docenten zijn bovendien gratis verzekerd tegen ongevallen en ziektekosten. Het is belangrijk tijdens het veldwerk een EHBO koffer bij de hand te hebben.

PUBLIEKSPROGRAMMA

In 2014 werd eveneens gewerkt aan de bevordering van de milieubewustwording onder de volwassen bevolking van Rurrenabaque. Gelegen tussen twee van Bolivia´s belangrijkste natuurparken, verzorgen verschillende grote internationale organisaties zoals Conservation International (CI), het WCS (Widlife Conservation Society) en DED/GIZ al geruime tijd lezingen, workshops en andere activiteiten ter bevordering van de bewustwording van de bevolking in en rond Rurrenabaque. Lokaal gevestigde wildlife- en eco-touroperators zijn ook actief, evenals de Nationale Natuurparken organisatie SERNAP en de Universiteit UMSS in La Paz. De snelle ontwikkeling van Rurrenabaque als een belangrijke bestemming voor de (inter)nationale eco-toerist draagt bij aan de bewustwording onder de bevolking. Steeds meer wordt ingezien dat natuur en milieu zich tot een belangrijke economische activiteit kan ontwikkelen en voor de gemeente is natuur en milieu al het belangrijkste speerpunt van aandacht.

In overleg met deze organisaties en instanties werd besloten dat Amazon Fund zich vooral richt op de bewustwording onder ouders en families van de schoolkinderen en studenten betrokken bij de activiteiten van het natuur- en milieuonderwijs project. Door het project meer zichtbaar te maken wordt ook een groter publiek bereikt. In het schooltuinprogramma zijn de ouders vanaf het begin betrokken bij de schooltuinen en bij het veldwerkprogramma werden ook ouders betrokken. In voorgaande paragrafen is over dit thema gerapporteerd.

Een nieuwe ingang zijn de socioproductieve projecten die vanaf 2014 de scholen moeten uitvoeren. In Rurrenabaque is gekozen voor natuur en milieuprojecten en door deze projecten breder te trekken en ook de buurt en de gemeenschap in het algemeen erbij te betrekken worden grotere aantallen mensen bereikt. Tijdens de workshops over deze projecten (met name over de recycling van afval en de vergroening van schoolpleinen) werd het belang van het betrekken van de buurt en de gemeenschap nadrukkelijk onderstreept en werd ingegaan over hoe dit te realiseren. Het resulteerde reeds in de gemeente die actiever werkt aan de recycling van (zwerf)afval.

Uitgenodigd door Amazon Fund, heeft Daniel Manzaneda, de coördinator van het project een enkele maal voordrachten verzorgd voor het algemene publiek en een excursie voor studenten en docenten van de universiteit van La Paz en Trinidad. Staf van Alerta Verde heeft gedurende hun verblijf in Rurrenabaque enkele kookworkhops voor ouders en buurtbewoners georganiseerd over het bereiden van groenten geproduceerd in de schooltuinen.

Dank zij de inspanningen van de verschillende organisaties aangevuld met die van Amazon Fund komt bewustwording onder een breed publiek langzaam op gang. Het vraagt om een andere instelling van mensen, en dit is een langdurig proces dat permanente aandacht vraagt over een lange reeks van jaren. Vooral voor de vele bewoners in Rurrenabaque die afkomstig zijn uit de hooglanden en geen affiniteit hebben met de natuur en milieu van het tropisch regenwoud, is het een lastig onderwerp.


COMMUNICATIE & DRAAGVLAK

Voor het werk van Amazon Fund in Bolivia is draagvlak in Nederland belangrijk. Daartoe dient structurele communicatie. Via haar website en nieuwsbrieven aan ongeveer 1.000 belangstellenden van Amazon Fund’s netwerk zijn achterban en bezoekers op de hoogte gehouden van de activiteiten en de vorderingen van het natuur- en milieuonderwijs project in Bolivia. Bovendien is aan het eind van het tweede schooljaar een fotoboek samengesteld van de schooltuin en veldwerkactiviteiten van het project. Het is bedoeld voor huidige en toekomstige donateurs en financiers.

Via crowdfunding werd een groep enthousiaste rallyrijders bereikt die tijdens hun reis in Zuid Amerika het project hebben gesponsord. Bij terugkeer in Nederland gaat deze groep lezingen en voordrachten verzorgen en daarbij krijgt het project en de bescherming van het Amazonewoud uitgebreide aandacht. Daniel Manzaneda, de Boliviaanse coördinator van het project was in september 2014 op cursus in Duitsland en kwam speciaal naar Nederland om een groep Amazone supporters te vertellen over het project en het belang van het beschermen van het Amazonewoud.


PROJECTKOSTEN en FINANCIERING

Kosten Natuur- en milieuonderwijs project schooljaren 2013-2014

De totale kosten van het project over de periode 2013-2014 bleven ruim binnen de oorspronkelijke begroting van € 30.000.
De kosten van de activiteiten van het publieksprogramma zijn moeilijk apart weer te geven aangezien deze kosten ten dele ook kosten betreffen van de schooltuin en veldwerkprogramma´s. Bovendien zijn een deel van de kosten van het publieksprogramma begrepen onder algemene kosten.

De bijdragen van de gemeente, de scholen en de leerlingen die veldwerk deden bedroegen in totaal € 439. Daarnaast droegen de gemeente en de scholen bij in de vorm van materialen. De intentie van de scholen en instanties om bij te dragen was beduidend groter, maar om administratieve redenen bleek dit niet altijd mogelijk, zoals eerder aangegeven in dit verslag.

Financiering
Amazon Fund heeft zich sinds 2012 ingespannen om fondsen te werven voor het project. Ook via Facebook vonden fondsenwervende acties plaats. In 2014 resulteerde een actie onder Nederlandse reizigers naar het gebied (crowdfunding) in een extra bedrag van € 6.000.

Van de totaal van 2012 tot eind 2014 voor het natuur- en milieuonderwijs project ontvangen fondsen (€ 29.113) is in 2013 en 2014 een bedrag van € 21.400 besteed. Het saldo blijft beschikbaar voor een programma voor consolidatie in het 2015 schooljaar.

Het wordt in Nederland moeilijker om fondsen te werven via de geijkte kanalen. Aanvragen en specifieke wervingsacties dienen onderscheidend te zijn om aandacht te trekken, maar de ervaring leert dat natuur en milieu en de Amazone geen thema´s zijn die sterk scoren. Het blijft in Nederland vaak “te-ver-van-mijn-bed”. En alleen echte belangstelling komt van direct betrokken die bijvoorbeeld in de Amazone zijn geweest of er hebben gewerkt.


VERDERE ONDERSTEUNING NODIG VOOR CONSOLIDATIE

De noodzaak van verdere ondersteuning is hierboven toegelicht. De steun kan relatief beperkt zijn, gericht op continuiteit van het programma en verdere inbedding van de activiteiten in het reguliere onderwijsprogramma. Continuiteit en inbedding hangt vooral af van de belangstelling en de inzet van docenten en de schoolleiding, de steun van de onderwijsinspectie en de gemeente, factoren die een lange adem vergen.

Voor het schooljaar 2015 wordt op dit moment met de partners een programma uitgewerkt met de volgende uitgangspunten van verdere ontwikkeling en consolidatie:

Het schooltuinprogramma

  • Een ondersteuningsmissie uit te voeren door Alerta Verde aan het begin van het schooljaar 2015. De taken van deze missie zijn:
  • Een korte refresherworkshop voor docenten van de deelnemende en andere urbane scholen, inclusief hulp bij de inrichting van de tuinen.
  • Een workshop voor personeel van de scholen in het rurale gebied met bijzondere aandacht voor het opzetten van schoolfarms als socio-productieve schoolprojecten.
  • Overleg met de onderwijsinspectie en de gemeente over de toekomstige coordinatie van het schooltuin programma en het inpassen van schooltuinen in het reguliere schoolcurriculum.
  • Andere ondersteunende activiteiten door Alerta Verde:
  • Het verder ontwikkelen van het didactisch lesmateriaal (manual), met daarin ook eenvoudige recepten met groenten die de tuinen produceren.
  • Promotie van de aanleg van (erf)tuinen en recycling van organisch afval (compostering).
  • De verdere ontwikkeling van de website van het project, toegespitst op het amazonegebied.

De kosten van het voorgestelde nazorg programma voor 2015 bedragen ongeveer € 2.500, te financieren uit bijdragen van de crowdfund actie van Amazon Fund in 2014. Ook in de jaren na 2015 zal een verdere ondersteuning van Alerta Verde nodig zijn, tot het programma voldoende is ontwikkeld en zo mogelijk is ingebed in het reguliere schoolprogramma.

Het veldwerkprogramma

Voor het schooljaar 2015 wordt het volgende voorgesteld:

  • Voortzetting van het veldwerk locaties dichterbij zonder het transport van studenten over de rivier betekent een andere relatie met partnerorganisatie San Miguel del Bala. Daar komt bij dat de faciliteiten van de partner in San Miguel del Bala ernstig zijn beschadigd door overstromingen tijdens de 2013/2014 regentijd. De organisatie overweegt nu de faciliteiten te herbouwen in het Madidi National Park, te ver weg om te kunnen dienen voor schoolpractica. Overleg met San Miguel del Bala is nodig over hun toekomstige rol in het veldwerkprogramma, de toekomst van de schooltuin in San Miguel del Bala en de beschikbaarheid van Tacana gidsen voor het veldwerk op andere locaties.
  • Overleg met Carlos Espinoza, eigenaar van de refugio Jaguareté en specialist in natuur- en milieubescherming over zijn beschikbaarheid in 2015 en daarna als coördinator van de veldwerk practica op het terrein van Jaguareté en het verzorgen van voorbereidende lessen op de scholen voorafgaand aan het veldwerk.
  • Opvolgen van de recycling van (zwerf)afval projecten van de scholen, inclusief overleg met de gemeente over hun bijdrage aan deze projecten en ook het veldwerkprogramma.
  • De verdere ontwikkeling van de website Lecciones Amazonicas met les- en instructiemateriaal voor praktisch veldwerk. Een activiteit te ontwikkelen in Bolivia en in Nederland. Ook kan gedacht worden aan het ontwerpen van een leerwerkboek als een hulpmiddel voor leerlingen ter voorbereiding op het veldwerk en wanneer zij in het regenwoud aan het werk zijn. In een leerwerkboek kunnen studenten op werkbladen informatie vinden nuttig voor hun praktisch onderzoek en kunnen zij bijhouden hoe het werk is verlopen. Als geheel kan een leerwerkboek ook een soort diagnostische toets zijn.
  • Daarnaast zou het goed zijn om een overzicht te maken van natuur- en milieuonderwerpen die in de verschillende schooljaren aan de orde zouden kunnen komen. Het mes snijdt dan aan beide kanten: leerlingen ontvangen elk jaar een stuk natuur- en milieu- onderwijs en leren bovendien meer en beter, volgens werkvormen waarbij zelfwerkzaamheid wordt aangemoedigd. Het stimuleert leerlingen zich te ontwikkelen met kennis en ervaring over de Amazone natuur en bereidt hen voor op directe vormen van natuurbeheer.

De kosten van het voorgestelde programma voor 2015 bedragen ongeveer € 6.000. Voor 2016 en 2017 zal eenzelfde bedrag nog zijn. Nog € 12.000 zijn dus nog nodig om het project voort te zetten. Daar hebben wij uw hulp bij nodig. Doneer nu

Exit-strategie
De partners streven naar de invoering van een milieu-onderwijs programma in het officiële basis en voortgezet onderwijs curriculum en als een permanent cruciaal onderdeel van het onderwijs op alle niveaus. Hiervoor zal een periode van minimaal drie tot vier jaar nodig zijn, met name voor de ontwikkeling en evaluatie van veldwerk en om educatief materiaal te maken. Gedurende de projectperiode zullen de partners, in samenwerking met het Ministerie van Onderwijs werken aan een goede exit-strategie.

Natuur- en milieuonderwijs in het Amazonegebied heeft zin! Het behoud van het Amazonebos is belangrijk:

Belang van het regenwoud in het Amazonegebied

  • Tropische bossen functioneren als longen van de aarde;
  • In onze klimaat- en de CO2 huishouding speelt het Amazonebos een cruciale rol;
  • Het regenwoud in 's wereld grootste apotheek. Meer dan een kwart van onze moderne medicijnen hebben hun oorspong uit het tropische bos;
  • Het Amazonebos herbergt een enorme biodiversiteit. Ongeveer 10% van alle planten en dieren leeft in het regenwoud van het Amazone gebied;
  • Het is een thuis voor zo'n 350 inheemse volken;
  • Het is een paradijs voor natuurliefhebbers.
Amazon Fund is een ANBI stichting.
Donaties zijn belastingaftrekbaar.
Steun ons door je boeken te
kopen bij Youbedo